Een AOV met lange wachttijd kan interessant zijn als je voldoende spaargeld hebt om een langere periode zonder AOV-uitkering te overbruggen. In ruil voor het zelf dragen van het risico tijdens die eerste periode betaal je meestal een lagere premie.
De wachttijd wordt ook wel de eigenrisicoperiode genoemd. Je kunt bij sommige AOV's kiezen voor bijvoorbeeld 6, 12 of 24 maanden. Hoe langer je wachttijd, hoe langer je zelf je inkomen moet kunnen opvangen voordat de AOV gaat uitkeren.
Voor een zzp'er met een grote financiële buffer kan een lange wachttijd een manier zijn om de maandelijkse kosten van een AOV te beperken.
Wat is een lange wachttijd bij een AOV?
De wachttijd is de periode waarin je na het ontstaan van arbeidsongeschiktheid nog geen AOV-uitkering ontvangt.
Bij een wachttijd van:
- 1 maand vang je ongeveer de eerste maand zelf op;
- 3 maanden vang je ongeveer drie maanden zelf op;
- 6 maanden draag je het risico van het eerste halfjaar;
- 12 maanden moet je een jaar zonder AOV-uitkering kunnen overbruggen;
- 24 maanden moet je twee jaar zelf kunnen opvangen.
Er bestaat geen officiële grens vanaf wanneer een wachttijd "lang" wordt genoemd. In de praktijk kun je 6, 12 en 24 maanden als langere wachttijden beschouwen.
Sommige actuele AOV-producten bieden inderdaad wachttijden van 1, 2, 3, 6, 12 of 24 maanden.
Waarom kiezen voor een lange wachttijd?
De belangrijkste reden is de lagere premie.
Een verzekeraar hoeft bij een lange wachttijd immers niet direct uit te keren wanneer je arbeidsongeschikt raakt. Je neemt zelf een groter deel van het risico op je.
KVK noemt de wachttijd expliciet als één van de factoren die de premie van een AOV beïnvloeden. Een langere wachttijd betekent doorgaans een lagere premie.
Je kunt daardoor bijvoorbeeld kiezen voor:
Hogere premie + korte wachttijd
of:
Lagere premie + lange wachttijd
Bij een lange wachttijd gebruik je je eigen vermogen als eerste vangnet en de AOV vooral voor langdurige arbeidsongeschiktheid.
Hoeveel goedkoper is een AOV met lange wachttijd?
Er bestaat geen vast bedrag of percentage waarmee je de besparing kunt berekenen.
De premie hangt namelijk ook af van onder andere:
- je leeftijd;
- je beroep;
- het verzekerde bedrag;
- de eindleeftijd;
- de uitkeringsduur;
- de gekozen voorwaarden;
- de wachttijd.
Daarom kun je niet zeggen dat een wachttijd van 12 maanden bijvoorbeeld altijd 30% goedkoper is dan een wachttijd van 1 maand.
Je moet de verschillende opties bij dezelfde verzekering naast elkaar zetten.
Voorbeeld
Stel dat je €2.500 per maand wilt verzekeren.
Je kunt dan bijvoorbeeld twee scenario's vergelijken:
| Korte wachttijd | Lange wachttijd | |
|---|---|---|
| Verzekerd inkomen | €2.500 p/m | €2.500 p/m |
| Wachttijd | 1 maand | 12 maanden |
| Eerste periode zelf opvangen | ± 1 maand | ± 12 maanden |
| Verwachte premie | Hoger | Lager |
| Benodigde buffer | Lager | Hoger |
Het precieze premieverschil moet je per verzekering berekenen.
Hoeveel buffer heb je nodig bij een lange wachttijd?
Dit is de belangrijkste vraag als je voor een lange wachttijd kiest.
Stel dat je noodzakelijke privé-uitgaven €2.000 per maand bedragen.
Bij een wachttijd van 12 maanden moet je in principe ongeveer:
€2.000 × 12 = €24.000
kunnen overbruggen.
Dat is alleen een eenvoudige rekensom. Je werkelijke benodigde buffer kan anders zijn.
Je kunt tijdens arbeidsongeschiktheid bijvoorbeeld nog gedeeltelijk inkomen hebben. Aan de andere kant kunnen sommige zakelijke kosten gewoon doorlopen.
Kijk daarom niet alleen naar je netto privé-uitgaven, maar naar je totale financiële situatie.
Lange wachttijd bij een zzp'er met veel spaargeld
Een lange wachttijd kan vooral interessant zijn als je al een behoorlijke financiële buffer hebt.
Bijvoorbeeld:
Je hebt €40.000 aan direct beschikbare spaargelden en hebt ongeveer €2.000 per maand nodig om je vaste lasten te betalen.
Je hebt dan in theorie ruimte om langere tijd zonder AOV-uitkering te overbruggen.
Je zou er vervolgens voor kunnen kiezen om de AOV vooral te gebruiken voor het risico dat je zelf financieel moeilijk kunt dragen: langdurige arbeidsongeschiktheid.
Je verzekert dan niet ieder tijdelijk inkomensverlies, maar vooral het grotere financiële risico.
Lange wachttijd met een schenkkring
Een andere mogelijkheid is om een lange AOV-wachttijd te combineren met een voorziening voor de eerste periode.
Een schenkkring kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de eerste periode van arbeidsongeschiktheid op te vangen, terwijl een AOV met een langere wachttijd het risico daarna overneemt.
KVK noemt deze combinatie expliciet als mogelijkheid: ondernemers kunnen een schenkkring combineren met een AOV met een langere wachttijd om de kosten van de AOV lager te houden.
Een schenkkring is echter geen volledige vervanging voor een AOV. De voorwaarden en maximale uitkeringsduur verschillen en KVK vermeldt dat schenkkringen doorgaans maximaal twee jaar schenkingen doen.
Lange wachttijd en crowdsurance
Ook crowdsurance kan worden gecombineerd met een AOV met een lange wachttijd.
Het idee is vergelijkbaar: de eerste periode wordt op een andere manier opgevangen en de AOV begint pas daarna met uitkeren.
Volgens KVK kan crowdsurance bijvoorbeeld worden gebruikt voor de eerste twee jaar, waarna een AOV met een wachttijd van twee jaar het risico vanaf dat moment opvangt.
Dit kan de AOV-premie aanzienlijk verlagen, maar je moet de voorwaarden van beide voorzieningen afzonderlijk bekijken.
AOV met 1 jaar wachttijd
Een wachttijd van één jaar betekent dat je bij een gedekte arbeidsongeschiktheid de eerste twaalf maanden zelf moet overbruggen.
De AOV is dan vooral gericht op langdurige arbeidsongeschiktheid.
Dit kan interessant zijn als je:
- een grote financiële buffer hebt;
- relatief lage vaste lasten hebt;
- voldoende vermogen hebt om tijdelijk inkomen te missen;
- een lagere AOV-premie belangrijk vindt;
- vooral het risico van langdurige arbeidsongeschiktheid wilt verzekeren.
Het nadeel is duidelijk: als je na bijvoorbeeld drie maanden weer volledig aan het werk kunt, heeft je AOV met een wachttijd van één jaar niets uitgekeerd.
AOV met 2 jaar wachttijd
Een wachttijd van twee jaar is een zeer lange wachttijd voor een particuliere AOV.
Je draagt daarmee zelf het risico van de eerste twee jaar arbeidsongeschiktheid.
Daar staat een lagere premie tegenover.
Een wachttijd van twee jaar sluit bovendien aan bij de huidige plannen voor de toekomstige verplichte AOV. Volgens het huidige wetsvoorstel zou de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) namelijk een wachttijd van twee jaar krijgen. De plannen zijn echter nog niet definitief.
Dat betekent niet dat een private AOV met een wachttijd van twee jaar hetzelfde is als de toekomstige BAZ. Het zijn verschillende regelingen met andere voorwaarden en de wetgeving kan nog veranderen.
Lange wachttijd en de toekomstige verplichte AOV
Dit is een relevant punt voor zzp'ers die nu een AOV overwegen.
De verplichte AOV is in september 2026 nog niet van kracht. KVK verwacht momenteel invoering rond 2030, maar de precieze datum en definitieve regels staan nog niet vast.
In het huidige voorstel is de wachttijd twee jaar. KVK vermeldt daarom dat zelfstandigen die onder de toekomstige regeling vallen zelf iets moeten regelen voor die eerste twee jaar, bijvoorbeeld spaargeld of een schenkkring.
Een private AOV kan juist een kortere wachttijd hebben.
Lees hierover meer in:
Is een lange wachttijd altijd goedkoper?
Een langere wachttijd verlaagt doorgaans de premie, maar het is niet de enige manier om een AOV goedkoper te maken.
Andere factoren zijn bijvoorbeeld:
- het verzekerde maandbedrag;
- je eindleeftijd;
- de uitkeringsduur;
- je beroep;
- de gekozen dekking.
KVK noemt onder meer beroep, verzekerd bedrag, wachttijd, looptijd en leeftijd als factoren die de premie beïnvloeden.
Je kunt daarom beter niet alleen de wachttijd aanpassen om de premie zo laag mogelijk te krijgen.
Het doel is om een combinatie te kiezen die je financieel kunt dragen én die het risico dekt dat je zelf niet kunt dragen.
Wat zijn de nadelen van een lange wachttijd?
Een lange wachttijd heeft een paar duidelijke nadelen.
1. Je hebt een grotere buffer nodig
Je moet langere tijd zonder AOV-uitkering kunnen leven.
2. Je loopt meer risico bij langdurige uitval
Als je vermogen tijdens de wachttijd sterk afneemt, kan dat financiële problemen veroorzaken.
3. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid is vaak niet verzekerd
Word je bijvoorbeeld vier maanden ziek terwijl je wachttijd twaalf maanden bedraagt, dan ontvang je geen AOV-uitkering.
4. Je vermogen zit tijdelijk vast als vangnet
Geld dat je als buffer aanhoudt, kun je niet tegelijkertijd gebruiken voor andere doelen.
Lange of korte wachttijd?
De keuze kun je eenvoudig bekijken als een ruil tussen premie en eigen risico.
| Korte wachttijd | Lange wachttijd | |
|---|---|---|
| Premie | Meestal hoger | Meestal lager |
| Eigen buffer | Minder nodig | Meer nodig |
| AOV begint | Sneller | Later |
| Dekking tijdelijk inkomensverlies | Groter | Kleiner |
| Dekking langdurig inkomensverlies | Ja | Ja |
| Financieel risico zelf dragen | Lager | Hoger |
Een lange wachttijd is dus vooral interessant wanneer je bewust een groter deel van het risico zelf wilt dragen.
Vergelijk ook: AOV met korte wachttijd
Hoe bepaal je welke wachttijd bij je past?
Begin niet bij de premie, maar bij je financiële buffer.
Beantwoord bijvoorbeeld deze vragen:
- Hoeveel heb ik direct beschikbaar?
- Hoe hoog zijn mijn noodzakelijke maandelijkse uitgaven?
- Heb ik naast mijn zzp-inkomen nog andere inkomsten?
- Heeft mijn partner inkomen?
- Hoeveel zakelijke kosten lopen door als ik niet kan werken?
- Hoeveel maanden kan ik mijn huidige levensstijl financieel volhouden?
- Wil ik mijn spaargeld hiervoor gebruiken?
Daarna kun je verschillende wachttijden naast elkaar zetten.
Simpel voorbeeld
Stel:
- buffer: €30.000;
- noodzakelijke uitgaven: €2.000 per maand;
- andere inkomsten: €0.
Dan kun je theoretisch ongeveer 15 maanden aan noodzakelijke uitgaven opvangen.
Een wachttijd van 12 maanden kan dan financieel anders uitpakken dan voor iemand met slechts €5.000 spaargeld.
Dat betekent niet automatisch dat 12 maanden de juiste keuze is. Je wilt immers ook rekening houden met onverwachte uitgaven en de mogelijkheid dat je arbeidsongeschiktheid langer duurt.
Bereken hoeveel AOV je nodig hebt
De wachttijd is maar één onderdeel van je AOV.
Je moet ook bepalen:
- hoeveel inkomen je wilt verzekeren;
- hoeveel buffer je hebt;
- welke wachttijd je kunt dragen;
- tot welke leeftijd je verzekerd wilt zijn;
- hoe lang je een uitkering nodig hebt.
Gebruik daarvoor de AOV-tool voor zzp'ers van FactuurBaas.
Je kunt daarnaast verder lezen:
- Arbeidsongeschiktheidsverzekering zzp: heb je die nodig?
- Wat kost een AOV voor zzp'ers?
- AOV met korte wachttijd
- AOV zonder medische keuring
- AOV verplicht voor zzp'ers?
Conclusie
Een AOV met lange wachttijd kan een manier zijn om je premie te verlagen terwijl je jezelf wel verzekert tegen langdurige arbeidsongeschiktheid.
Daar staat tegenover dat je een grotere financiële buffer nodig hebt. Een wachttijd van 12 of 24 maanden betekent immers dat je een lange periode zelf moet kunnen overbruggen.
De kernvraag is daarom niet alleen hoeveel je op je AOV kunt besparen, maar:
Hoeveel maanden kan ik financieel zelf dragen als ik niet kan werken?
Heb je voldoende vermogen, dan kan een langere wachttijd een manier zijn om de premie te beperken. Heb je weinig buffer, dan kan een kortere wachttijd juist belangrijker zijn.
Vergelijk daarom niet alleen de premie, maar kijk naar de combinatie van wachttijd, verzekerd bedrag, uitkeringsduur, eindleeftijd en voorwaarden.
Dit artikel is algemene informatie en geen verzekerings- of fiscaal advies.




